Kunnen uw medewerkers zich veilig uitspreken?
Afgelopen week werd bekend dat er mogelijk sprake is van een angstcultuur op de Intensive Care van het Erasmus MC. Los van de uitkomst van het lopende onderzoek, raakt deze situatie een fundamenteel thema dat breder speelt dan één afdeling of organisatie: hoe veilig voelen mensen zich om zich uit te spreken over samenwerking, gedrag en onderlinge relaties?
In omgevingen waar de werkdruk hoog is en de foutmarge klein—zoals in de zorg, maar ook in andere sectoren—neemt de spanning vanzelf toe. Dat is op zichzelf niet problematisch. Sterker nog, een zekere mate van druk kan prestaties bevorderen. Maar wanneer spanning structureel wordt en er geen ruimte meer is voor open dialoog, ontstaat een risicozone. Dan verschuift de focus van samenwerking naar overleven.
Wanneer spanning omslaat in stilte
Iedere organisatie krijgt vroeg of laat te maken met periodes van verhoogde druk. De cruciale vraag is niet óf dit gebeurt, maar hoe de organisatie ermee omgaat. Wordt spanning bespreekbaar gemaakt? Is er ruimte voor reflectie? Of trekken mensen zich terug, uit angst voor gevolgen of negatieve beoordelingen?
Een angstcultuur ontstaat zelden van de ene op de andere dag. Het is vaak een sluipend proces, waarin signalen aanvankelijk klein en diffuus zijn:
- medewerkers die minder snel feedback geven
- terughoudendheid worden in vergaderingen
- informele signalen van onveiligheid die niet formeel worden gemeld
- toenemende uitval of verloop
Juist deze vroege signalen vragen om alertheid.
De rol van meldsystemen: noodzakelijk, maar niet voldoende
Veel organisaties beschikken over meldsystemen: vertrouwenspersonen, klachtenprocedures, klokkenluidersregelingen. Op papier is de toegankelijkheid vaak goed geregeld. Maar de praktijk is weerbarstiger.
De kernvraag is niet: is er een meldsysteem?
Maar: wordt het ook daadwerkelijk gebruikt en vertrouwd?
Cultuur is geen abstract begrip, maar leiderschapsverantwoordelijkheid
Organisatiecultuur wordt vaak gezien als iets ongrijpbaars, maar in de praktijk is het sterk verbonden aan leiderschap. Hoe leidinggevenden reageren op tegenspraak, fouten en spanningen bepaalt in hoge mate wat medewerkers als “veilig” ervaren.
Dit vraagt van het management:
- actieve aanwezigheid op de werkvloer
- het voeren van echte gesprekken, niet alleen formele check-ins
- het normaliseren van feedback en tegenspraak
- het herkennen van eigen invloed op groepsdynamiek
Leiders zetten de toon, expliciet én impliciet. Het vraagt om sensitiviteit en de bereidheid om ook ongemakkelijke signalen serieus te nemen.
Wat ondersteunt management hierin?
Om effectief te sturen op een open en veilige cultuur, helpt het om:
- regelmatig cultuurmetingen te doen (PSA check)
- externe of onafhankelijke rollen te betrekken zoals vertrouwenspersonen, begeleiding van beschuldigden
- leidinggevenden te trainen (in gespreksvoering en sociale veiligheid)
- onafhankelijke of externe behandeling van signalen/klachten Klachtencommissie en Onderzoekscommissie
Tot slot
Bewustwording van toegankelijkheid en veiligheid begint niet bij systemen, maar bij gedrag en vertrouwen. Meldsystemen zijn belangrijk, maar functioneren alleen binnen een cultuur waarin mensen zich daadwerkelijk durven uit te spreken.
Want uiteindelijk geldt: een organisatie is pas echt veilig als mensen zich vrij voelen om uit te spreken wat gezegd moet worden.
